ECLI:NL:RBDHA:2021:3219
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor overige humanitaire redenen aangevraagd, welke door verweerder is afgewezen bij besluit van 17 december 2020. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 17 maart 2021 vond de zitting plaats waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, maar verweerder zich liet vertegenwoordigen. Verweerder maakte geen bezwaar tegen het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar en dat verweerder niet bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Gezien het niet langer betwisten van uitzetting, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en verbiedt uitzetting tot vier weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de rechtsbijstandverlener van verzoeker, vastgesteld op €534,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.