ECLI:NL:RBDHA:2021:3363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursaansprakelijkheid voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen bevestigd
Eiser is als bestuurder van de vennootschap aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen over meerdere tijdvakken. De vennootschap had geen tijdige melding van betalingsonmacht gedaan, waardoor volgens de Invorderingswet het vermoeden geldt dat het niet betalen aan de bestuurder te wijten is.
Eiser voerde aan dat hij niet aansprakelijk kon worden gesteld omdat er geen kennelijk onbehoorlijk bestuur was en dat de afwijzing van het bezwaar disproportioneel was, mede vanwege de coronacrisis. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om een betalingsregeling niet kwalificeert als melding van betalingsonmacht en dat eiser geen bewijs leverde dat het niet tijdig melden niet aan hem te wijten was.
De rechtbank stelde vast dat eiser als bestuurder verantwoordelijk was voor het juiste betalings- en aangiftegedrag, maar hieraan geen zorg had besteed, waardoor ook de verzuimboetes en kosten terecht aan hem werden toegerekend. De rechtbank wees het beroep af en benadrukte dat de hardheidsclausule niet door haar kan worden toegepast.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.D. van Riel en griffier P. Jasperse op 13 april 2021. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de aansprakelijkheid van eiser als bestuurder voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen en verklaart het beroep ongegrond.