ECLI:NL:RBDHA:2021:3364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat Duitsland niet voldoet aan internationale verplichtingen en dat zijn overdracht zou leiden tot indirect refoulement vanwege het risico op vervolging in Pakistan. Daarnaast wees hij op verschillen in rechtsbijstand en asielbeleid tussen Nederland en Duitsland.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken een discretionaire bevoegdheid van verweerder is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit in zijn situatie niet opgaat.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.