ECLI:NL:RBDHA:2021:3383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens ontbreken afbouwregeling bij herziening aanvullende uitkering
Eiser, een voormalig ambtenaar met langdurige arbeidsongeschiktheid, ontving sinds 2006 een aanvullende uitkering wegens PTSS als beroepsziekte. In 2019 werd deze uitkering door APG namens de politie herzien en verlaagd, wat leidde tot bezwaar en beroep door eiser. De kern van het geschil betrof de vraag of de herziening met terugwerkende kracht en zonder afbouwregeling in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de herziening op zichzelf terecht was omdat de oorspronkelijke uitkering foutief was berekend. Wel stelde de rechtbank dat het rechtszekerheidsbeginsel vereiste dat een afbouwregeling getroffen had moeten worden vanwege de lange periode van onjuiste uitbetaling en de aanzienlijke inkomensachteruitgang van circa €295 bruto per maand.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd voor zover het geen afbouwregeling bevatte, bleef de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand omdat inmiddels meer dan 18 maanden waren verstreken zonder dat eiser onoverkomelijke financiële problemen had ondervonden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd voor zover geen afbouwregeling is getroffen.