ECLI:NL:RBDHA:2021:3398
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opschorting omgevingsvergunning uitbouw
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het vervangen en vergroten van een aanbouw aan de achterzijde van een woning. Tijdens de bezwaarprocedure vroegen zij om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de vergunning te schorsen.
Eerder werd het primaire besluit geschorst, maar de vergunninghouder was toen al begonnen met bouwen. In het huidige verzoek stellen verzoekers dat de bouw mogelijk wordt voortgezet en zij vrezen een voldongen feit. De voorzieningenrechter constateert echter dat de uitbouw vrijwel volledig is gerealiseerd en dat alleen nog interne werkzaamheden en het plaatsen van een glazen achterpui resteren, die de omvang niet beïnvloeden.
Gezien deze feiten is er geen spoedeisend belang meer om de voorlopige voorziening toe te kennen. De vergunninghouder voert de werkzaamheden op eigen risico uit, omdat de vergunning nog niet onherroepelijk is. Het verzoek wordt daarom afgewezen en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.