ECLI:NL:RBDHA:2021:3414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van mvv-vereiste en artikel 8 EVRM familieleven
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven met haar meerderjarige zoon. Haar eerdere verblijfsvergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken omdat zij haar hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst. Verweerder wees haar aanvraag af vanwege het mvv-vereiste, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar verblijf in Ghana het gevolg was van overmacht.
Daarnaast oordeelde verweerder dat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, waardoor het familieleven niet beschermd is onder artikel 8 EVRM Pro. Ook het beroep op het privéleven werd verworpen na een belangenafweging waarbij werd meegewogen dat eiseres pas op volwassen leeftijd naar Nederland kwam en een substantieel deel van haar leven in Ghana heeft gewoond.
Eiseres voerde aan dat haar zoon kwetsbaar is en afhankelijk van haar, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank volgde de motivering van verweerder en stelde dat het contact en de band tussen moeder en zoon niet voldoende zijn om het mvv-vereiste te laten vervallen of het inreisverbod te schrappen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.