ECLI:NL:RBDHA:2021:3437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet uitgevoerd DNA-onderzoek
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar moeder, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet kon aantonen dat haar gestelde vader in Eritrea verbleef en DNA-onderzoek niet kon plaatsvinden vanwege het ontbreken van een Nederlandse ambassade in Eritrea.
Eiseres overhandigde later een authentieke militaire verklaring van haar vader waaruit bleek dat hij Eritrea niet kan verlaten vanwege militaire dienstplicht. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte het DNA-onderzoek niet heeft laten doorgaan enkel vanwege het ontbreken van een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging.
De rechtbank stelde dat de staatssecretaris onder omstandigheden gehouden is aanvullend onderzoek te faciliteren, bijvoorbeeld via een andere EU-lidstaat of internationale organisaties zoals het IOM of UNHCR. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg op dat het DNA-onderzoek alsnog moet worden uitgevoerd via een EU-vertegenwoordiging in Eritrea of door tussenkomst van genoemde organisaties.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak bevordert de finale beslechting van het geschil door een nieuw besluit te eisen binnen acht weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen het DNA-onderzoek alsnog te laten uitvoeren via een EU-vertegenwoordiging of internationale organisatie.