ECLI:NL:RBDHA:2021:3441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardigheid bekering en vervolgingsrisico Iran
Eisers, Iraanse staatsburgers, vroegen asiel aan in Nederland vanwege hun bekering tot het christendom en het daarmee samenhangende vervolgingsgevaar in Iran. De Staatssecretaris wees hun aanvragen af als kennelijk ongegrond. De rechtbank onderzocht de geloofwaardigheid van hun relaas over afwending van de islam, bekering tot het christendom en de problemen die zij daardoor in Iran ondervonden.
De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden en bevreemding in de verklaringen van eisers over hun geloofsproces, kennis van het christendom, en de omstandigheden rond hun bekering. Ook waren er inconsistenties in hun verklaringen over huiskerkbijeenkomsten en de datum van bekering. De authenticiteit van documenten over een gevangenisstraf wegens afvalligheid kon niet worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet ten onrechte de geloofwaardigheid van de bekering en het vervolgingsrisico in twijfel trok. Het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas.