ECLI:NL:RBDHA:2021:3472
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag plaatsing op hogere LFNP-functie wegens onvoldoende wezenlijke afwijking werkzaamheden
Eiser, werkzaam als Operationeel Specialist A bij de politie, heeft een aanvraag ingediend om te worden geplaatst in de hogere functie van Operationeel Specialist B op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF). Verweerder, de korpschef van politie, heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser stelde dat hij in overwegende mate voldeed aan de niveaubepalende elementen van de Specialist B-functie.
De rechtbank beoordeelde de aanvraag aan de hand van de RAAF en relevante jurisprudentie, waarbij het criterium van 'wezenlijk afwijken' centraal stond. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn feitelijke werkzaamheden wezenlijk afwijken van zijn huidige functie. Met name ontbrak het aan bewijs dat eiser de rol van intermediair op het vereiste abstractieniveau vervulde, dat hij operationele sturing en organisatorische coördinatie uitvoerde, en dat hij als mentor de vakvolwassenheid van collega’s bevorderde en beoordeelde.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de verwijzing naar een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep werden door de rechtbank verworpen, omdat de situatie van eiser niet vergelijkbaar was met die in de jurisprudentie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag tot plaatsing op Specialist B bevestigd.