ECLI:NL:RBDHA:2021:3605
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen besluit over rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiseres, een Duitse staatsburger, was ingeschreven in Nederland sinds januari 2019 en ontving vanaf maart 2019 een bijstandsuitkering. Verweerder stelde vast dat zij nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van zelfstandig bestaan of werkzoekende met reële kans op werk. Eiseres voerde aan dat zij kon leven van het vermogen van haar partner en dat zij al sinds 2013 in Nederland woonde, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat het vermogen van haar partner niet als zelfstandige middelen van bestaan geldt en dat de door eiseres overgelegde documenten onvoldoende bewijs leverden voor een langdurige verblijfstatus vóór 2019. Daarnaast werden haar klachten over belemmeringen bij arbeidsinschakeling en psychische problemen niet voldoende onderbouwd en konden deze niet leiden tot een andere belangenafweging.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en dat het beroep van eiseres moet worden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit over haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan is ongegrond verklaard.