ECLI:NL:RBDHA:2021:366
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze is niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft een verzoek tot terugname bij Duitsland ingediend, dat op 2 november 2020 is aanvaard.
Eiser stelt dat Italië verantwoordelijk is en voert aan dat een overdracht aan Duitsland vanwege de coronapandemie niet mogelijk is, waardoor de overdrachtstermijn zal verstrijken. Tevens vreest hij een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Duitsland vanwege onvoldoende medische zorg.
De rechtbank oordeelt dat Duitsland sinds acceptatie van het terugnameverzoek verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Het tijdelijke feitelijke overdrachtsbeletsel maakt de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen het beroep kan verzet worden ingesteld binnen zes weken, tegen de voorlopige voorziening is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.