ECLI:NL:RBDHA:2021:3707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk
Eiser, een Albanese gemeenschapsonderdaan, vroeg op 3 mei 2019 een verblijfsdocument aan voor verblijf bij zijn echtgenote, een Griekse gemeenschapsonderdaan. Verweerder wees de aanvraag af wegens indicaties van een schijnhuwelijk, waarbij het huwelijk louter was aangegaan om verblijfsrecht te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de afwijzing deugdelijk had gemotiveerd, mede vanwege tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen over de huwelijkse relatie. Hoewel eiser kinderen heeft die EU-onderdaan zijn, maakte dit het schijnhuwelijk niet onwaarschijnlijk, temeer daar eiser de kinderen pas kort voor de aanvraag erkende en zij de achternaam van referente dragen.
Verweerder hoefde eiser niet te horen omdat het bezwaar geen kans van slagen had. Het beroep op belangen van minderjarige kinderen en internationale verdragen leidde niet tot vernietiging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eiser een aparte aanvraag kan indienen voor verblijf bij zijn kinderen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk is ongegrond verklaard.