ECLI:NL:RBDHA:2021:3709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetenen en onbepaalde tijd wegens niet voldoen voorwaarden en inreisverbod
Eiser, een Marokkaanse ingezetene die sinds 1987 in Nederland verblijft, vroeg om een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Tevens verzocht hij om opheffing van een vijfjarig inreisverbod dat hem in 2017 was opgelegd wegens gepleegde misdrijven.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor beide verblijfsvergunningen en het inreisverbod niet werd opgeheven. Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals een beroepsfout van zijn voormalige advocaat, aanleiding zouden moeten zijn om af te wijken van het beleid en het inreisverbod op te heffen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor de gevraagde vergunningen, dat het inreisverbod rechtsgeldig was opgelegd en dat de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende waren om hiervan af te wijken. Ook wees de rechtbank het beroep af dat de Staatssecretaris verplicht zou zijn om een toetsing aan artikel 8 EVRM Pro uit te voeren bij het besluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning en het inreisverbod is ongegrond verklaard.