ECLI:NL:RBDHA:2021:3743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stopzetting doorbetaling bezoldiging wegens weigering re-integratie
Eiseres, werkzaam als preventiemedewerker, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Justitie en Veiligheid om haar recht op doorbetaling van bezoldiging te stoppen op grond van artikel 40a ARAR. Dit omdat zij weigerde haar re-integratiewerkzaamheden te starten bij de Penitentiaire Inrichting (PI) in Alphen aan den Rijn.
De rechtbank overwoog dat verweerder in redelijkheid kon eisen dat eiseres haar re-integratie op die locatie zou starten, mede vanwege een samenwerkingsprobleem op haar eigen werkplek en de korte afstand tot haar woning. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat de werkzaamheden in de PI schadelijk voor haar gezondheid zouden zijn, terwijl de bedrijfsarts geen beperkingen voor haar eigen werkplek had vastgesteld.
Het deskundigenoordeel van het UWV bevestigde dat werkhervatting in haar eigen functie passend was, maar maakte geen opmerkingen over de locatie. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen deugdelijke grond had gegeven om haar medewerking te weigeren en dat de loonsanctie terecht was opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de stopzetting van de doorbetaling van bezoldiging is ongegrond verklaard.