ECLI:NL:RBDHA:2021:3768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijke pleegouder-pleegkindrelatie
Eisers, vijf Somalische broers en zussen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan voor het doel nareis bij hun oudere broer, die na het overlijden van hun ouders de zorg voor hen zou hebben overgenomen. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke en feitelijke pleegouder-pleegkindrelatie.
De rechtbank oordeelt dat eisers en referent tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over hun woon- en gezinsomstandigheden, waardoor de pleegouder-pleegkindrelatie niet aannemelijk is. Ook de overgelegde financiële transacties, vliegtickets en foto’s bieden onvoldoende bewijs.
Het beroep op het belang van het kind uit het Kinderrechtenverdrag faalt, omdat de relatie niet is vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van de pleegouder-pleegkindrelatie.