ECLI:NL:RBDHA:2021:3789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stelling asielaanvraag wegens niet verschijnen gehoor
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 18 juli 2018 een asielaanvraag in. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser niet was verschenen op het gehoor van 12 februari 2021 en geen verschoonbare reden had gegeven.
De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact met eiser te hebben gehad tussen 2019 en 2021. Eiser voerde aan dat hij een tijd dakloos was geweest en analfabeet is, waardoor hij brieven niet altijd begreep. De rechtbank oordeelde dat van een asielzoeker mag worden verwacht dat hij zich beschikbaar houdt voor onderzoek en aan de meldplicht voldoet. Het niet verschijnen was voor eigen risico van eiser.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling had gesteld en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.