Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 13 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook is daarbij bepaald dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat haar geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) wordt verleend. Het besluit geldt tevens als een terugkeerbesluit.
Overwegingen
Beslissing
- heropent het onderzoek;
- draagt verweerder op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank in deze tussenuitspraak;
- bepaalt dat eiser in de gelegenheid zal worden gesteld om nader te reageren op de aanvullende motivering c.q. besluitvorming van verweerder;
- houdt iedere verdere beslissing aan.