ECLI:NL:RBDHA:2021:3864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
Eiser, van Libische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het besluit en het voornemen onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd zijn, met name ten aanzien van de geloofwaardigheid van het huisbezoek door de veiligheidsdienst en de reden waarom eiser gezocht zou worden.
Verweerder achtte enkele elementen van het relaas geloofwaardig, maar verwierp andere zonder voldoende onderbouwing. De rechtbank benadrukt dat het niet haar taak is om door nadere vragen duidelijkheid te verkrijgen over de standpunten van verweerder wanneer het besluit zelf onduidelijk is.
Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gereageerd op de zienswijze van eiser, waardoor het besluit niet voldoet aan de vereisten van zorgvuldige voorbereiding en motivering zoals voorgeschreven in de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten ten laste van verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.