ECLI:NL:RBDHA:2021:3909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens motiveringsgebrek
Eiseres, die een brasserie runde, vroeg gesubsidieerde rechtsbijstand aan voor hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter na een brand en ontbinding van het huurcontract. Verweerder wees de aanvraag af omdat het voortbestaan van het bedrijf niet afhankelijk zou zijn van het resultaat van de rechtsbijstand, mede gebaseerd op financiële stukken uit 2015 en 2016.
De rechtbank stelt vast dat het geschil is ontstaan op de datum van het vonnis van de kantonrechter, 11 februari 2020, en dat verweerder bij zijn beoordeling had moeten uitgaan van de financiële jaarstukken over 2019. Het niet meenemen van deze stukken vormt een motiveringsgebrek. Tevens is het standpunt van verweerder dat het bedrijf niet meer actief is vanwege de inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet overtuigend, aangezien eiseres de activiteiten wil hervatten bij toewijzing van de schadevergoeding.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste financiële stukken. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de financiële stukken over 2019.