ECLI:NL:RBDHA:2021:3938
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsrecht stiefouder vanwege onvoldoende onderzoek afhankelijkheidsrelatie
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER als stiefouder van een minderjarige Nederlandse jongen (referent). Verweerder wees dit verzoek af en stelde dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestond dat het kind de EU zou moeten verlaten als eiser geen verblijfsrecht kreeg. De rechtbank stelde vast dat verweerder te zwaar woog aan de verklaring van het kind dat hij niet mee zou gaan naar Marokko, zonder voldoende rekening te houden met de stabiele thuissituatie bij de biologische moeder in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan zoals vereist door het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie EU. De affectieve last en het emotionele welzijn van het kind moesten beter worden onderzocht, waarbij ook het risico op emotionele schade bij vertrek van de stiefouder moest worden meegewogen. Verweerder had de Raad voor de Kinderbescherming kunnen inschakelen voor nader onderzoek.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eiser vergoed. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak werd beslist. De rechter benadrukte dat verweerder bij het nieuwe besluit ook de gewijzigde woonsituatie van het kind moet betrekken.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van het verblijfsrecht wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.