ECLI:NL:RBDHA:2021:3970
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit en geboren in 2003, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Tegen dit besluit had verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek samen met de hoofdzaak op 8 april 2021.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak had gedaan op het beroep van verzoeker (zaaknummer NL21.3546), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter M.M. Meijers.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat reeds uitspraak is gedaan op het beroep.