Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van artikel 131, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 besluit het CBR, indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen tot een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid.
Beslissing
mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2021.