Eiser vroeg een aanpassing van zijn badkamer in verband met medische beperkingen, waaronder reuma, artrose en knieoperaties, en wilde het bad vervangen door een douche. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser bij zijn verhuizing naar een woning met alleen een bad onvoldoende rekening had gehouden met zijn beperkingen en de te verwachten ontwikkeling daarvan.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn hulpvraag redelijkerwijs had kunnen voorzien en voorkomen door bij de verhuizing een passende woning te kiezen. De medische adviezen van de ergotherapeut bevestigden de beperkingen, maar maakten de verslechtering na verhuizing niet onvoorzienbaar.
Hoewel verweerder aanvankelijk een onjuiste wettelijke grondslag gebruikte, werd dit formele gebrek gepasseerd omdat eiser daardoor niet werd benadeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep.