ECLI:NL:RBDHA:2021:4037
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds genomen beslissing op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 14 april 2021 in Dordrecht. Verzoeker was aanwezig met een waarnemer van zijn gemachtigde en een tolk. De verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag al uitspraak was gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL21.4384). Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.R. Houweling en griffier A. Gerde. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat reeds op het beroep is beslist.