ECLI:NL:RBDHA:2021:405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft op 1 juni 2019 voor het eerst in Nederland een asielaanvraag ingediend. Verweerder stelde dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening en heeft dit bevestigd door een verzoek aan de Italiaanse autoriteiten op 15 juli 2019. Omdat Italië niet reageerde, bleef de verantwoordelijkheid bij Italië liggen. Verweerder nam de asielaanvraag van eiser daarom niet in behandeling, een besluit waartegen eiser geen beroep instelde.
In een later besluit van 22 december 2020 heeft verweerder opnieuw de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Eiser stelde dat de overdrachtstermijn was verstreken, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen reden was voor verweerder om terug te komen op het eerdere besluit. De verlenging van de overdrachtstermijn en de vraag of deze juist was, had eiser in eerdere procedures moeten aanvoeren, wat hij niet deed.
De rechtbank concludeert dat de uiterste overdrachtsdatum 30 januari 2021 is en dat Italië nog steeds verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk blijft.