ECLI:NL:RBDHA:2021:4093
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de Dublinverordening die Duitsland als verantwoordelijke aanwijst.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 april 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter constateerde dat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.4639) reeds was behandeld en dat een voorlopige voorziening daarom niet langer nodig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 20 april 2021 door voorzieningenrechter M. Eversteijn in aanwezigheid van griffier T.R. Oosterhoff-Vos. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.