ECLI:NL:RBDHA:2021:4099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij in Duitsland risico loopt op schending van mensenrechten, discriminatie en slechte opvangomstandigheden, en dat hij geen toegang heeft tot gefinancierde rechtsbijstand, waardoor zijn recht op een eerlijk proces wordt geschonden. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen schendt.
De rechtbank overweegt verder dat het Duitse systeem van rechtsbijstand in overeenstemming is met de Procedurerichtlijn en dat de garanties van Duitsland inzake behandeling van het asielverzoek en het verbod op refoulement worden nageleefd. De omstandigheden aangevoerd door eiser zijn niet bijzonder of individueel genoeg om een uitzondering op de overdracht te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.