ECLI:NL:RBDHA:2021:4362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag vader na partnerdoding en vaststelling omgangsregeling
De moeder van de minderjarige is overleden door toedoen van de vader, die hiervoor in voorlopige hechtenis is genomen. De minderjarige verblijft in een pleeggezin en vertoont zorgelijke signalen door het trauma. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het gezag van de vader en benoeming van een gecertificeerde instelling als voogd.
De vader voert verweer en stelt dat minder ingrijpende maatregelen, zoals ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, passend zijn. De rechtbank oordeelt dat gezien de ernst van het feit en de voorlopige hechtenis van de vader het niet aannemelijk is dat de vader binnen een aanvaardbare termijn weer voor de minderjarige kan zorgen.
De rechtbank acht gezagsbeëindiging noodzakelijk en proportioneel om de minderjarige duidelijkheid en stabiliteit te bieden. Tevens wordt een omgangsregeling vastgesteld van eenmaal per zes weken, waarbij de invulling aan de gecertificeerde instelling wordt overgelaten. De benoeming van een bijzonder curator wordt achterwege gelaten omdat alle partijen het eens zijn over de omgangsregeling.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de vader wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd met een omgangsregeling van eenmaal per zes weken.