Uitspraak
REchtbank DEN Haag
de burgemeester van de gemeente Westland, verweerder
[derde-partij], te [woonplaats] .
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Westland om een kas te sluiten wegens het aantreffen van vijf hennepplanten. De burgemeester baseerde het besluit op het Damoclesbeleid en stelde dat sprake was van een bedrijfsmatige hennepkwekerij met handelshoeveelheid drugs.
Verzoekster betwistte de bevoegdheid tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet en voerde aan dat de planten voor eigen gebruik waren. De derde partij bevestigde dit en verklaarde dat de planten bedoeld waren voor het maken van hasj-olie voor medische doeleinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van handel of bedrijfsmatige teelt. Contra-indicaties zoals het ontbreken van teeltvoorzieningen en de hoogte van de planten ondersteunden dit oordeel. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de kas is geschorst omdat niet aannemelijk is dat sprake is van handelshoeveelheid of bedrijfsmatige hennepteelt.