Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder
T-Mobile Netherlands B.V., te Den Haag
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (verweerder) over het niet verstrekken van persoonsgegevens en de naam van de functionaris gegevensbescherming door T-Mobile Netherlands B.V. (derde partij). Verweerder heeft de klacht en het daaropvolgende bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser stelde dat de derde partij niet adequaat heeft gereageerd en dat er sprake is van een overtreding van de AVG en de Telecommunicatiewet.
De rechtbank behandelde het beroep ondanks de afwezigheid van eiser tijdens de zitting van 25 januari 2021, mede omdat eiser eerder al een zitting had verdaagd wegens een klacht over dossierinzage. De rechtbank oordeelde dat verweerder met verstrekte informatie en verwijzingen naar het My T-Mobile portaal en het privacy statement heeft voldaan aan het inzageverzoek. Eiser heeft zijn beroepsgronden onvoldoende geconcretiseerd en is niet verschenen om deze toe te lichten.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de beslistermijn door verweerder niet is overschreden, zodat het beroep tegen het dwangsombesluit eveneens ongegrond is. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en verklaarde beide beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard.