ECLI:NL:RBDHA:2021:4552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en geen urenbeperking
Eiseres, geboren in 1962, was werkzaam als schoonmaakster en ontving sinds 2015 een uitkering. Na ziekte en medische klachten vroeg zij in mei 2018 een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit oordeel was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die concludeerden dat zij ondanks beperkingen passend werk kon verrichten zonder urenbeperking.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen, met name op het gebied van vervoer en urenbeperking, werden onderschat. Zij overlegde medische stukken van neurologen en een slaapcentrum waaruit bleek dat zij slechts vier uur per dag in twee etappes kon werken en afhankelijk was van begeleiding voor vervoer. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter het standpunt dat deze beperkingen niet op de datum in geding golden en dat de medische rapporten zorgvuldig en volledig waren.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluiten mocht baseren op de zorgvuldige en consistente rapporten van verzekeringsartsen. De aanvullende medische stukken betroffen behandelingen na de datum in geding en gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.