ECLI:NL:RBDHA:2021:4596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens overschrijding termijn
Eiseres heeft in 2019 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een zedenmisdrijf dat in 2012 zou hebben plaatsgevonden. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de wettelijke termijn van tien jaar na het misdrijf was verstreken, mede omdat eiseres in 2008 al aangifte had gedaan van het misdrijf.
Eiseres voerde aan dat zij door een psychische blokkade en medicatiegebruik pas recent in staat was de aanvraag te doen en dat zij zo snel mogelijk had gehandeld. Verweerder stelde dat zonder medische onderbouwing geen sprake was van een psychische blokkade en baseerde zich op artikel 7 van Pro de Wet schadefonds geweldsmisdrijven en het beleid dat aanvragen buiten de termijn alleen worden behandeld bij onderbouwing van lichamelijke of psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag te laat was ingediend en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij door een psychische blokkade niet eerder kon aanvragen. Ook het beroep op eerder buiten termijn behandelde aanvragen slaagde niet omdat die gevallen wel een onderbouwing hadden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn en onvoldoende onderbouwing van een psychische blokkade.