ECLI:NL:RBDHA:2021:4616
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na inwilliging asielaanvraag en intrekking beroep
Verzoekster diende op 15 juni 2020 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van 14 augustus 2019. De rechtbank verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk, waarna verzoekster verzet instelde. Dit verzet werd gegrond verklaard, waarna het onderzoek werd voortgezet. Uiteindelijk nam de Staatssecretaris op 22 december 2020 alsnog een besluit en verleende de verblijfsvergunning.
Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De Staatssecretaris stemde in met vergoeding van € 267,-, gebaseerd op een lichte wegingsfactor. De rechtbank oordeelde dat de proceskostenvergoeding terecht was, omdat het bestuursorgaan aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog het besluit te nemen en de vergunning te verlenen.
De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de proceskostenvergoeding van € 267,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar bekendgemaakt op 29 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 267,- aan proceskosten aan verzoekster.