ECLI:NL:RBDHA:2021:4630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs duurzame en exclusieve relatie
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in Nederland om bij haar partner te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat eiseres en haar partner onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij een duurzame en exclusieve relatie onderhouden.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing. De overgelegde bewijsstukken, waaronder WhatsApp-berichten, foto’s, uitnodigingen en vliegtickets, boden onvoldoende zekerheid over de aard en duur van de relatie. De rechtbank vond dat eiseres meer bewijsstukken had moeten overleggen om haar stelling te onderbouwen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris niet tekort was geschoten in de hoorplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. De stelling dat verweerder onvoldoende met de referent had meegedacht werd niet gevolgd, aangezien eiseres zelf verantwoordelijk is voor een deugdelijke aanvraag.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie is ongegrond verklaard.