ECLI:NL:RBDHA:2021:4689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Slovenië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een terugnameverzoek aan Slovenië gestuurd, dat door Slovenië werd aanvaard.
Tijdens de zitting bleek dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken zonder de gemachtigde of verweerder hiervan op de hoogte te stellen. De rechtbank stelde vast dat eiser geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij nog in Nederland verblijft of prijs stelt op bescherming.
Gezien het ontbreken van een rechtens te beschermen belang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.