ECLI:NL:RBDHA:2021:4691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarigen
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen vanwege ontwikkelingsbedreiging, veroorzaakt door leerachterstanden, lichamelijke klachten en getuige zijn van huiselijk geweld. De kinderen verblijven feitelijk bij de grootouders moederszijde, waarbij spanningen tussen moeder en grootouders een loyaliteitsconflict veroorzaken.
De moeder voerde verweer dat zij de hulpverlening accepteert en actief meewerkt, en dat traumatherapie nog niet is gestart vanwege het ontbreken van toestemming van de vader, die inmiddels bereid is toestemming te geven. De grootouders bevestigden dat de situatie verbeterd is en dat zij openstaan voor vrijwillige hulpverlening.
De kinderrechter oordeelde dat hoewel er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging, niet is voldaan aan het vereiste dat de ouders de noodzakelijke hulp onvoldoende accepteren. Het vrijwillige kader is nog niet uitgeput, waardoor een gedwongen maatregel niet gerechtvaardigd is. Daarom werd het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen. De kinderrechter benadrukte het belang van samenwerking tussen moeder en grootouders in het vrijwillige kader om de bedreiging weg te nemen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is afgewezen wegens onvoldoende gronden voor gedwongen maatregelen.