ECLI:NL:RBDHA:2021:4739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting en vergrijpboete bij fiscale eenheid voor renovatiewerkzaamheden en pandovername
Eiseres, een fiscale eenheid, verrichtte in 2015 en 2016 renovatiewerkzaamheden voor twee vennootschappen en nam in 2015 een pand over waarvoor zij kosten voor werkzaamheden betaalde die al voor de overname waren verricht. Verweerder legde naheffingsaanslagen omzetbelasting, een verzuimboete en een vergrijpboete op wegens niet tijdig factureren en onterechte aftrek van omzetbelasting.
De rechtbank oordeelt dat eiseres de omzet over de renovatiewerkzaamheden in 2015 en 2016 had moeten factureren, ondanks onenigheid tussen afnemers over kostenverdeling, omdat het werk was opgeleverd en aanvaard. De aftrek van omzetbelasting op de factuur van de werkzaamheden aan het pand wordt afgewezen omdat deze werkzaamheden vóór de overname waren verricht en eiseres niet de opdrachtgever was.
Verder vernietigt de rechtbank de vergrijpboete omdat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres opzet of grove schuld had. Het in aftrek brengen van de omzetbelasting kan worden gezien als een normale vergissing. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de vergrijpboete betreft en ongegrond voor het overige. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt naheffingsaanslag en verzuimboete over 2015-2016, maar vernietigt de vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs van opzet of grove schuld.