ECLI:NL:RBDHA:2021:4822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontslag curator in faillissement wegens ontbreken zwaarwegende omstandigheden
Bij vonnis van 7 mei 2021 heeft de rechtbank Den Haag het verzoek van de gefailleerde tot ontslag van de curator in zijn faillissement afgewezen. Gefailleerde stelde dat de verhouding met de curator verstoord was en dat de curator onrechtmatig handelde, onder meer door het weigeren van het vrij te laten bedrag (VTLB), het niet doorstorten van toeslagen, het sluiten van een bankrekening en onterechte inbewaringstelling.
De rechtbank oordeelde dat artikel 73 van Pro de Faillissementswet een discretionaire bevoegdheid aan de rechter geeft om een curator te ontslaan, maar dat zwaarwegende omstandigheden vereist zijn. Het verzoek kon niet worden aangemerkt als een verkapt hoger beroep tegen eerdere beslissingen. Klachten over het VTLB, toeslagen, bankrekening en uren van de curator werden inhoudelijk beoordeeld en verworpen, mede omdat de curator zorgvuldig handelde en geen ernstig wangedrag was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de curator professioneel en respectvol had gehandeld, ondanks de gespannen verhouding met de gefailleerde. Ook werd geen sprake geacht van belangenverstrengeling. De curator had de bevoegdheid om incasso’s te storneren en had dit naar behoren gemotiveerd. De stellingen van de gefailleerde leidden niet tot een grond voor ontslag. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de curator wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende omstandigheden.