ECLI:NL:RBDHA:2021:4855
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voormalig beschermingsbewindvoerder wegens slecht bewindvoerderschap en toekenning schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde een geschil tussen twee beschermingsbewindvoerders omtrent het bewind over de goederen van betrokkene. De eerste bewindvoerder klaagde over de eindrekening van de tweede, voormalig bewindvoerder, die het bewind voerde van augustus 2017 tot december 2018.
De kern van het geschil betrof het niet tijdig onder controle krijgen van een ING-bankrekening waarop ruim €29.000 aan inkomsten werd ontvangen, maar die buiten het zicht van de bewindvoerder bleef. Dit leidde tot een huurachterstand en dreigende ontruiming, die uiteindelijk werd voorkomen door een externe betaling. De rechtbank oordeelde dat de voormalig bewindvoerder onvoldoende actief was geweest in het controleren van de inkomsten en het omzetten van betalingen naar de beheerrekening, waardoor schade ontstond.
De verdediging voerde aan dat betrokkene bewust informatie had achtergehouden en gelden voor consumptief gebruik had aangewend. De rechtbank stelde echter dat de bewindvoerder meer had moeten controleren en sneller had moeten handelen. De gevorderde schadevergoeding van €2.976,64, de kosten van de ontruimingsprocedure, werd toegewezen.
De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter D. de Loor op 20 april 2021 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk via het Gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Voormalig bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €2.976,64 schadevergoeding wegens slecht bewindvoerderschap.