Eiser, een Tunesische nationaliteitdragende vreemdeling, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat hij in Tunesië problemen zou ondervinden vanwege zijn buitenechtelijke dochter. Hij stelde dat hij strafrechtelijk vervolgd zou worden en mishandeld door de echtgenoot van de moeder van het kind. Verweerder wees de aanvraag af omdat Tunesië als veilig land van herkomst geldt en eiser zijn persoonlijke problemen niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zorgvuldig had gehandeld en het asielrelaas van eiser terecht ongeloofwaardig had bevonden. Eiser had geen documenten overgelegd die zijn verhaal ondersteunden, zoals bewijs van zijn relatie met de moeder of de familieband met de dochter. Ook waren zijn verklaringen vaag en tegenstrijdig, en hij had niet gereageerd op de stellingen waarom zijn verhaal ongeloofwaardig werd geacht.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van de vermeende partner niet tot een ander oordeel leiden en dat het algemene rechtsvermoeden van veiligheid in Tunesië niet was doorbroken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.