Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van13 april 2021 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
€ 29.409 naar € 9.828 (2014) en met € 29.868 naar € 9.369 (2015). Ook heeft verweerder de aftrek van premies voor inkomensvoorzieningen gecorrigeerd met € 3.034 (2014 en 2015). Bij de navorderingsaanslagen is tevens bij beschikking € 2.295 (2014) en € 1.778 (2015) aan belastingrente in rekening gebracht.
€ 1.278 (2016) en € 116 (2017) aan belastingrente in rekening gebracht.
€ 63.970 (2015), waardoor het niet mogelijk was een dergelijke hoge rente te betalen. Ook stelt verweerder dat eiser beroepsmatig bekend is met het indienen van aangiftes IB/PVV, omdat hij als AA-accountant werkzaam is. Eiser heeft dit alles niet weersproken. Ter zitting heeft verweerder nog gewezen op de lage WOZ-waarde van de eigen woning (€ 140.000 in 2014 en € 135.000 in 2015).
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021.