De kinderrechter heeft op 30 april 2021 besloten om Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland te machtigen om een minderjarige gedurende zes maanden uit huis te plaatsen in een pleeggezin. Dit volgt op een spoedbeslissing van 22 april 2021, waarbij het verblijf bij de moeder in een vrouwenopvang werd vastgesteld vanwege onveiligheid in de thuissituatie.
De aanleiding voor de uithuisplaatsing is het agressieve gedrag van de vader, die onder invloed van alcohol de moeder en de minderjarige lastigvalt. De vader heeft een verslavingsprobleem en heeft zich aangemeld voor behandeling, maar moet eerst bewijzen nuchter te kunnen blijven. De moeder verblijft met de minderjarige in een vrouwenopvang en volgt een behandeling om te leren omgaan met de verslaving van de vader en het belang van de minderjarige voorop te stellen.
De kinderrechter benadrukt dat de minderjarige stress ervaart door de ruzies en escalaties tussen de ouders en dat therapie noodzakelijk is om dit te verwerken. De machtiging is nodig om snel te kunnen ingrijpen als de situatie verslechtert en om de veiligheid en ontwikkeling van het meisje te waarborgen. Tevens is het van belang dat de moeder gemotiveerd blijft voor behandeling en dat er een stabiele woonplek wordt gevonden na de vrouwenopvang.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door betrokkenen worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag. De kinderrechter stelt dat indien de machtiging niet binnen drie maanden wordt gebruikt, een nieuwe machtiging moet worden aangevraagd.