ECLI:NL:RBDHA:2021:5000

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2021
Publicatiedatum
17 mei 2021
Zaaknummer
NL21.4643
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 5.1b derde lid VbArt. 5.1b vierde lid Vb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel van bewaring wegens weigering medewerking overdracht aan Spanje ongegrond verklaard

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op het feit dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen en geen medewerking verleent aan zijn overdracht aan Spanje, de lidstaat verantwoordelijk voor zijn asielverzoek.

Eiser betwistte alleen de zware grond onder 3k, namelijk het niet meewerken aan de overdracht aan Spanje. De rechtbank stelde vast dat eiser op 20 augustus 2020 niet verscheen voor de overdracht en met onbekende bestemming vertrok. Eiser gaf tijdens de zitting aan nu wel te willen meewerken, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk gezien zijn eerdere weigering en verklaringen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4643
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Palanciyan),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp).

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. A.D. Kupelian, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer A. Biada. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de
Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden1 vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
en als lichte gronden2 vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
2. De rechtbank stelt vast dat eiser alleen de zware grond onder 3k betwist. De feitelijke juistheid van de zware grond onder 3a wordt dus niet weersproken. De grond is voldoende gemotiveerd in de maatregel van bewaring en het staat dus vast dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen. De zware grond 3k is ook feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Op 20 augustus 2020 zou eiser immers op vrijwillige basis worden overgedragen aan Spanje, maar hij is toen niet verschenen op het afgesproken tijdstip en is met onbekende bestemming vertrokken. Eiser heeft dus geen medewerking verleend aan de overdracht aan Spanje. De beroepsgrond slaagt niet.
3. Tijdens de zitting heeft eiser gesteld dat hij nu wel wil meewerken aan de overdracht aan Spanje, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk. Daarbij is van belang dat de eerdere overdrachtspoging is mislukt doordat eiser niet is verschenen en hij daarna met onbekende bestemming is vertrokken. Daarnaast heeft eiser zowel in het gehoor voor inbewaringstelling op 26 maart 2021 als in het vertrekgesprek op 30 maart 2021 aangegeven dat hij niet naar Spanje wil terugkeren. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2021 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.
1. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
12 april 2021

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.