ECLI:NL:RBDHA:2021:5011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor griffierechten onder de ondergrens
Eiser verzocht bij de Sociale Dienst Drechtsteden om bijzondere bijstand voor de betaling van griffierechten ter hoogte van €128,-. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard. Eiser schakelde een advocaat in die een toevoeging aanvroeg bij de Raad voor Rechtsbijstand, welke werd geweigerd omdat de kosten van de toevoeging niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.
Eiser stelde dat deze weigering in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, omdat hem het recht op toegang tot de rechter wordt ontzegd. De rechtbank oordeelde echter dat het recht op toegang tot de rechter niet in de kern wordt aangetast door het niet toewijzen van een toevoeging bij een belang onder €500,-. Voor bestuursrechtelijke procedures is bijstand van een advocaat niet vereist, zodat eiser zijn zaak alsnog kan voorleggen.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat de afwijzing van de toevoeging rechtmatig is. De literatuur en jurisprudentie waar eiser zich op beroept, zijn volgens de rechtbank niet van toepassing omdat eiser in deze procedure is vrijgesteld van griffierechten. Ook zag de rechtbank geen onevenredige gevolgen voor eiser die een uitzondering zouden rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een redelijk uurtarief voor verletkosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoeging wordt ongegrond verklaard.