De rechtbank Den Haag heeft op 4 mei 2021 een beschikking gegeven tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2007. De minderjarige verblijft om de week bij beide ouders die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 10 augustus 2021.
De hulpverlening aan de minderjarige was langdurig gestagneerd door de echtscheidingsproblematiek van de ouders, waarbij de vader geen medewerking verleende en de moeder overbelast was. Er waren ook zorgen over de kindeigen problematiek, waaronder autisme en gewetensontwikkeling, en incidenten met een mes. Passende hulp binnen de regio was niet beschikbaar, waardoor een plaatsing buiten de regio werd voorgesteld.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing aanwezig zijn. De thuissituatie was onhoudbaar door het gedrag van de minderjarige en het ontbreken van adequate sturing. De machtiging is verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 10 augustus 2021, met het oog op het bieden van rust, stabiliteit en passende behandeling.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 11 mei 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.