ECLI:NL:RBDHA:2021:5028
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet verstreken beslistermijn Wob-verzoek
Verzoekster heeft op 3 mei 2021 een Wob-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest. Op 11 mei 2021 stelde zij beroep in tegen het uitblijven van een beslissing en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter constateert dat de wettelijke beslistermijn van vier weken, zoals bepaald in artikel 6, eerste lid, van de Wob, nog niet is verstreken. Gezien deze termijn ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke beslistermijn en verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen voorlopig niet-ontvankelijk.
Verzoeksters argument dat een kortere beslistermijn geldt vanwege een aanstaande raadscommissie wordt niet gevolgd. De voorzieningenrechter acht het verzoekster vrij om het verzoek eerder in te dienen en ziet geen aanwijzingen dat verweerder niet spoedig zal beslissen. Bovendien is reeds een advies van de Monumentencommissie openbaar gemaakt.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en maakt gebruik van de bevoegdheid om zonder zitting uitspraak te doen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken.