ECLI:NL:RBDHA:2021:5057
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake urgentieverklaring voor woningaanpassing bij ernstige ziekte
Verzoeker, die lijdt aan MS en epilepsie, woont momenteel bij zijn familie en heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege de ontoereikendheid van zijn huidige woning voor zijn rolstoel en zorgbehoefte.
De gemeente Den Haag heeft een urgentieverklaring toegekend voor drie maanden, gericht op een woning met één slaapkamer. Verzoeker vindt dit te krap en stelt dat ook familieleden moeten meeverhuizen vanwege de 24-uurs zorg.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de aanvraag alleen voor verzoeker is ingediend en dat zorgverleners niet worden meegeteld bij de samenstelling van het huishouden voor urgentieverklaringen. De woning moet rolstoeltoegankelijk zijn, maar een eigen kamer voor zorgverleners is niet vereist.
De termijn van drie maanden is bedoeld om een acute noodsituatie op te lossen en niet om woonwensen te vervullen. Verzoeker heeft onder protest op twee woningen gereageerd en staat op de wachtlijst.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft het besluit van de gemeente in stand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot toekenning van een urgentieverklaring voor drie maanden wordt afgewezen.