Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, lid van een schietsportvereniging, verzocht om bijschrijving van een Lever Action geweer op zijn bestaande wapenverlof om deel te nemen aan een interne competitie. De korpschef van de Nationale Politie weigerde dit verzoek omdat de discipline Lever Action Competitie niet erkend is door de minister en niet voorkomt in de bijlage C8 van de Circulaire Wapens en Munitie (Cwm).
Eiser stelde dat het redelijk belang reeds aanwezig is bij serieuze beoefening van een interne clubcompetitie en verwees naar jurisprudentie die dit zou ondersteunen. De rechtbank oordeelde echter dat het criterium van redelijk belang restrictief moet worden toegepast om wildgroei en handhavingsproblemen te voorkomen. De discipline Lever Action Geweer is niet erkend en het wapen voldoet niet aan de eisen van de discipline Pope, omdat het ontworpen is voor nitrokruitpatronen.
Verder wees de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat niet is aangetoond dat eerdere verleende verloven vergelijkbaar waren en verweerder stelde dat eventuele foutief verleende verloven zullen worden ingetrokken. Ook het beroep op de overgangsregeling en interne werkinstructies werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het redelijk belang ontbreekt en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijschrijving van het Lever Action geweer op het wapenverlof wordt ongegrond verklaard.