ECLI:NL:RBDHA:2021:5143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in jeugdstrafzaak poging diefstal met geweld
Op 22 april 2021 vond de zitting plaats in de jeugdstrafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging diefstal met geweld tegen een slachtoffer op 7 november 2019 in Den Haag. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat verdachte geen geweld had gebruikt of daaraan had bijgedragen. De verdediging bepleitte eveneens vrijspraak, stellende dat uit dossier en beelden blijkt dat verdachte niet betrokken was bij het geweld.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding van €500 ingediend, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de vrijspraak betekende dat de vordering geen grond had. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging van verdachte, welke nihil werden begroot.
Het vonnis werd gewezen door drie kinderrechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen. De uitspraak bevestigt het belang van een wettig en overtuigend bewijs in strafzaken en beschermt verdachte tegen onterechte veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in schadevordering.