Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
zaaknummer: NL21.3824
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, heeft meerdere asielaanvragen ingediend en verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van zijn afwending van de Islam en bekering tot atheïsme. Verweerder wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, met als motief dat eiser ongeloofwaardig was in zijn geloofsverandering.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn atheïsme vaag, tegenstrijdig en onvoldoende overtuigend waren. Zo waren zijn verklaringen over de invloed van de film PK, zijn kennis van wetenschappelijke theorieën en zijn gedrag op sociale media niet consistent met zijn stelling dat hij atheïst is. Daarnaast achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico loopt op ernstige schade.
Eiser stelde ook dat hij vanwege zijn afvalligheid niet met zijn Islamitische partner kon trouwen, maar dit werd niet geloofwaardig geacht. De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldoet aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn atheïsme en onvoldoende risico bij terugkeer naar Afghanistan.